ECLI:NL:CRVB:2015:4883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging zorgindicatie AWBZ wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante, lijdend aan een chronische depressie en andere gezondheidsproblemen, verzocht om verlenging van haar AWBZ-zorgindicatie voor persoonlijke verzorging en begeleiding. Het CIZ wees dit verzoek af, omdat er onvoldoende medische grondslag was voor de gevraagde zorg en er nog behandelopties beschikbaar waren.
Na bezwaar en aanvullend medisch advies handhaafde het CIZ het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische adviezen zorgvuldig waren en dat de indicatie niet automatisch verlengd kon worden zonder nieuwe medische gronden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische adviezen niet duidelijk maakten waarom het oordeel was gewijzigd en dat haar beperkingen ongewijzigd waren. De Raad oordeelde dat de eerdere indicatie zonder medisch onderzoek tot stand was gekomen en dat de nieuwe adviezen zorgvuldig en gemotiveerd waren. Er was geen bewijs dat appellante uitbehandeld was of dat er geen behandelopties meer waren.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de verlenging van de AWBZ-zorgindicatie wordt bevestigd.