ECLI:NL:CRVB:2015:4889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening studiefinanciering wegens woonplaats in België
Appellant ontving studiefinanciering berekend naar de norm voor een uitwonende studerende over de periode september 2011 tot en met september 2013, terwijl hij stond ingeschreven op een adres in België. De minister herzag dit besluit en kwalificeerde appellant als thuiswonend, waardoor een bedrag van € 3.850,94 werd teruggevorderd. Deze herziening was gebaseerd op een verklaring van de verhuurder van het adres in België, die stelde dat appellant niet feitelijk op dat adres woonde.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en oordeelde dat de minister terecht had gehandeld. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel degelijk op het adres woonde, onderbouwd met een verklaring van een gemeentelijke inspecteur die op 20 mei 2011 had vastgesteld dat appellant op het adres woonde. De Raad constateerde dat de verklaring van de verhuurder niet zonder meer kon worden aangenomen, omdat deze niet strookte met de inspecteursverklaring en de verklaring van de hoofdbewoner.
De Raad oordeelde dat de verklaring van de verhuurder slechts aanleiding had moeten zijn tot nader onderzoek door de minister, en dat het besluit tot herziening en terugvordering niet uitsluitend op deze verklaring mocht worden gebaseerd. De herziening voor de periode tot 1 januari 2012 kon niet worden gehandhaafd, omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestond. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, herroept het besluit van 12 oktober 2013 en veroordeelde de minister in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en het besluit van 12 oktober 2013 wordt herroepen.