ECLI:NL:CRVB:2015:4912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering studiefinanciering wegens niet-woonachtig op gba-adres
Appellante kreeg voor 2012 studiefinanciering toegekend volgens de norm voor uitwonende studenten, maar werd later herzien naar de thuiswonende norm en het teveel betaalde bedrag werd teruggevorderd. Dit was gebaseerd op een huisbezoek op het gba-adres, waarbij werd vastgesteld dat appellante daar niet daadwerkelijk woonde.
De rechtbank oordeelde dat het huisbezoek rechtmatig was omdat de hoofdbewoner toestemming had gegeven na volledige informatie over het doel en de gevolgen, en dat de bevindingen van het huisbezoek voldoende waren voor de herziening. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het huisbezoek onrechtmatig was vanwege gebrek aan informed consent en redelijke grond, en betwistte de bevindingen.
De Raad stelde dat toestemming van de hoofdbewoner voldoende was voor rechtmatig binnentreden, ook voor de kamer die appellante gebruikte, omdat deze niet exclusief was. Het huisbezoek was gerechtvaardigd en de bevindingen, waaronder het ontbreken van persoonlijke bezittingen van appellante, ondersteunden de conclusie dat zij niet op het adres woonde.
De Raad verwierp ook het argument dat een aangifte tegen haar vader zou aantonen dat zij daar niet kon wonen, omdat dit niet bewijst waar zij feitelijk woonde. Zonder bewijs van daadwerkelijke bewoning op het gba-adres bleef de herziening en terugvordering terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van studiefinanciering bevestigd.