ECLI:NL:CRVB:2015:4927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening WAO-uitkering wegens ontbreken toename beperkingen
Appellant, voormalig verhuizer, ontving sinds 1995 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door arm-, pols- en schouderklachten na een bedrijfsongeval. In 2003 werd zijn uitkering herzien tot 25-35% arbeidsongeschiktheid. In 2012 en 2013 verzocht appellant om herziening wegens vermeende toename van klachten, waaronder na een hartinfarct in 2012.
Het UWV wees deze verzoeken af, stellende dat er geen sprake was van een toename van beperkingen binnen vijf jaar na de laatste herziening in 2003, en dat een wachttijd van 104 weken gold. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn gezondheid sinds 2008 verslechterde en dat de rechtbank een deskundige had moeten benoemen. De Centrale Raad oordeelde dat de door appellant aangevoerde feiten geen nieuwe of veranderde omstandigheden waren zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. Medische rapporten en het verzekeringsgeneeskundig onderzoek toonden geen toename van beperkingen. Het UWV mocht het verzoek afwijzen en de rechtbank heeft het besluit terecht in stand gelaten.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een toename van beperkingen binnen vijf jaar na de laatste herziening.