ECLI:NL:CRVB:2015:4930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op inschrijfadres
Appellante ontving studiefinanciering voor uitwonenden over 2012 en 2013, terwijl zij volgens de minister niet op het adres stond ingeschreven waaruit zij haar woonplaats claimde. Na een huisbezoek door controleurs concludeerde de minister dat appellante feitelijk niet op het inschrijfadres woonde en herzag de studiefinanciering naar de thuiswonende norm met terugvordering van te veel betaalde bedragen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk op het inschrijfadres woonde. Appellante stelde in hoger beroep dat zij sinds mei 2012 feitelijk bij haar grootouders woonde en onderbouwde dit met verklaringen van haar tante over post, studiemateriaal en de huishoudelijke situatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de minister terecht op het huisbezoekrapport had mogen vertrouwen. De Raad vond de verklaringen van appellante en haar tante niet geloofwaardig of onvoldoende onderbouwd, onder meer vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van verifieerbare gegevens. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van de minister, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet op het inschrijfadres woonde en handhaaft de herziening en terugvordering van studiefinanciering.