ECLI:NL:CRVB:2015:4949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-thuiswoning op GBA-adres
De minister van Onderwijs heeft appellant studiefinanciering toegekend op basis van de norm voor uitwonende studenten. Na controle bleek dat appellant niet op het GBA-adres woonde waar hij stond ingeschreven. De minister herzag de studiefinanciering en vorderde te veel betaalde bedragen terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat de verklaring van de hoofdbewoner, waarop de minister zich baseerde, niet als bewijs kon dienen vanwege taalbarrières en het ontbreken van een woninginspectie.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de minister zich terecht op het rapport van de controleurs kon baseren. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad concludeerde dat de verklaring van de hoofdbewoner begrijpelijk was, dat er geen aanwijzingen waren voor misverstanden door taalproblemen, en dat de enkele verklaring voldoende was om te concluderen dat appellant niet feitelijk op het GBA-adres woonde.
De Raad vond geen aanleiding voor aanvullend onderzoek in de woning en verwierp het bezwaar van appellant. De herziening van de studiefinanciering en de terugvordering bleven daarmee in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de studiefinanciering blijft in stand.