ECLI:NL:CRVB:2015:496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante was laatstelijk werkzaam als leidster kinderopvang en meldde zich ziek wegens nekklachten. Het UWV weigerde een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens schending van de hoorplicht, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de medische en arbeidskundige beoordeling toereikend was.
In hoger beroep betoogde appellante dat de voorbeeldfuncties wel degelijk veelvuldige deadlines en productiepieken bevatten, wat haar belastbaarheid zou overschrijden. De Raad oordeelde dat de arbeidsdeskundige juist had vastgesteld dat volgens de definities in het CBBS deze functies geen dergelijke kenmerken vertonen. De Raad volgde de rechtbank en bevestigde dat het bestreden besluit op een voldoende arbeidskundige grondslag berust.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.