ECLI:NL:CRVB:2015:4965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van Zeben-de Vries
- L. Koper
- H.O. Kerkmeester
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over gebreken in beoordeling WIA-uitkering en medicijngebruik
Appellant, voormalig machine-operator, meldde zich ziek met psychische en rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV wees de uitkering af omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt is, maar wel beperkingen heeft, met name door angststoornis en tendomyogene pijnklachten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond het medisch onderzoek zorgvuldig. In hoger beroep stelt appellant dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn medicijngebruik en dat de geselecteerde functies niet passend zijn vanwege stress en onvoldoende afwisseling van houding.
De Raad oordeelt dat het UWV onvoldoende duidelijk heeft gemaakt hoe het medicijngebruik is meegewogen en dat het rapport onvoldoende inzicht geeft in een mogelijke geleidelijke opbouw van arbeid. Ook is onvoldoende gemotiveerd of de functies voldoen aan de vereiste afwisseling van houding. De Raad draagt het UWV op deze gebreken te herstellen binnen zes weken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep draagt het UWV op om de gebreken in het bestreden besluit binnen zes weken te herstellen.