ECLI:NL:CRVB:2015:4972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-thuiswonend op GBA-adres
Appellant ontving studiefinanciering voor uitwonende studenten over 2012 en 2013, maar de minister herzag dit naar de thuiswonende norm na een huisbezoek op het GBA-adres waar appellant stond ingeschreven. Tijdens het huisbezoek werden nauwelijks persoonlijke bezittingen van appellant aangetroffen, wat leidde tot de conclusie dat hij niet daadwerkelijk op dat adres woonde.
De rechtbank Gelderland verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze herziening ongegrond, stellende dat de minister terecht op basis van het huisbezoek en de verklaring van de hoofdbewoonster tot haar oordeel was gekomen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het rapport onvolledig en onjuist was en dat de controleurs onzorgvuldig te werk waren gegaan, maar de Raad oordeelde dat de bevindingen voldoende waren om de herziening te rechtvaardigen.
De Raad verwierp ook het beroep op de hardheidsclausule, aangezien de wetgever expliciet heeft bepaald dat recht op uitwonendenbeurs alleen bestaat als de student feitelijk op het GBA-adres woont. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de studiefinanciering naar de thuiswonende norm bevestigd.