ECLI:NL:CRVB:2015:4974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering Wajong wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant diende een aanvraag in voor een Wajong-uitkering die door het UWV in 2010 werd afgewezen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid gedurende de wachttijd. Een latere aanvraag in 2013 werd opgevat als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit, maar werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de aanvraag niet als een nieuwe aanvraag kon worden gezien. Appellant voerde aan dat de diagnose Stoornis van Asperger aanleiding was voor de aanvraag en dat het UWV toegezegd had nader onderzoek te verrichten, maar dit werd niet bewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat de aanvraag van 2013 niet voldeed aan de vereisten van artikel 4:6 Awb Pro, omdat de nieuwe diagnose was gebaseerd op reeds bekende medische gegevens en er geen objectieve nieuwe feiten waren die een ander besluit rechtvaardigen.
De Raad oordeelde ook dat appellant aan het einde van de wachttijd niet arbeidsongeschikt was binnen de betekenis van de Wet Wajong en dat het verzoek tot herziening na 2013 onvoldoende gemotiveerd was. Het verzoek om nader onderzoek door het UWV werd verworpen wegens ontbreken van bindende toezeggingen.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met een verbetering van de motivering en zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.