ECLI:NL:CRVB:2015:4989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en afwijzing heropening Wajong-uitkering wegens detentie en tbs
Appellant ontving tot 2 september 2012 een Wajong-uitkering die werd beëindigd wegens detentie. Hij verzocht om heropening van de uitkering, maar het UWV wees dit af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat appellant geen recht heeft op uitkering omdat hem rechtens zijn vrijheid is ontnomen, zoals bedoeld in de Wajong.
Appellant was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 265 dagen en tbs met voorwaarden, later omgezet in tbs met dwangverpleging vanwege het niet naleven van voorwaarden. De Raad oordeelde dat de situatie van appellant niet valt onder de uitzonderingen voor heropening, die alleen gelden voor personen die uitsluitend tbs met dwangverpleging opgelegd kregen zonder gevangenisstraf.
Appellant voerde aan dat de opgelegde gevangenisstraf gelijk was aan de duur van het voorarrest en dat hij feitelijk alleen tbs met voorwaarden had gekregen. De Raad verwierp dit standpunt en bevestigde dat de opgelegde gevangenisstraf en de verblijfplaats in een forensische psychiatrie kliniek heropening van de Wajong-uitkering in de weg staan.
Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de heropening van de Wajong-uitkering wegens detentie en tbs met dwangverpleging.