ECLI:NL:CRVB:2015:4991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig productiemedewerker, meldde zich arbeidsongeschikt vanwege fysieke en psychische klachten. Het UWV stelde in 2009 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen WIA-uitkering werd toegekend. Na een melding van verslechtering in 2013 volgde een herbeoordeling, die dit oordeel bevestigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zijn beperkingen werden onderschat. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief dossierstudie, spreekuur en aanvullende medische informatie van de behandelend psychiater.
De functionele mogelijkhedenlijst (FML) werd aangepast op basis van de psychische klachten, maar de Raad vond geen aanleiding om de beperkingen verder te verhogen. De geselecteerde voorbeeldfuncties konden medisch verantwoord worden uitgevoerd door appellant. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.