ECLI:NL:CRVB:2012:BV8337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking loongerelateerde WGA-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant ontving een loongerelateerde WGA-uitkering wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot de uitkering per 8 maart 2010 in te trekken na een herbeoordeling waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op minder dan 35%.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat het verbod van reformatio in peius was geschonden en dat het medische onderzoek naar zijn psychische beperkingen onvoldoende zorgvuldig was uitgevoerd. Tevens stelde hij dat de bezwaarverzekeringsarts de behandelend sector had moeten raadplegen en dat zijn opleidingsniveau onjuist was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat het verbod van reformatio in peius niet is geschonden omdat de intrekking met ingang van een toekomstige datum is geëffectueerd en appellant de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze heeft gehad.
De Raad acht het medisch onderzoek zorgvuldig en ziet geen aanleiding voor nader onderzoek of het inschakelen van een psychiatrisch deskundige. Ook het standpunt dat de behandelend sector geraadpleegd had moeten worden, faalt omdat er geen sprake is van een afwijkend beredeneerd standpunt van de behandelend sector. Ten aanzien van het opleidingsniveau bevestigt de Raad het oordeel van de rechtbank dat het opleidingsniveau juist is vastgesteld en dat appellant de geduide functies kan vervullen.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de loongerelateerde WGA-uitkering per 8 maart 2010 na zorgvuldige beoordeling.