ECLI:NL:CRVB:2015:4992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- G. van Zeben-de Vries
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering toeslag wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) vanaf 10 mei 2006. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) trok deze toeslag met terugwerkende kracht in vanaf 7 maart 2007, later gecorrigeerd naar 14 augustus 2007, omdat appellant's kinderen waren vertrokken naar Egypte en daardoor niet meer tot zijn huishouden behoorden.
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking en de terugvordering van de ten onrechte betaalde toeslag, stellende dat de inlichtingenverplichting niet was geschonden omdat de vertrekdatum van zijn kinderen was geregistreerd in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) en dat de Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen (WEU) van toepassing was.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door niet onverwijld melding te maken van de verhuizing van zijn kinderen. De WEU was niet van toepassing omdat deze pas in 2008 in werking trad en de ministeriële regeling nog niet was vastgesteld.
Er waren geen dringende redenen om af te zien van intrekking of terugvordering. De Raad bevestigde daarom de intrekking van de toeslag met ingang van 14 augustus 2007 en de terugvordering van het onverschuldigd betaalde bedrag over de periode tot 1 augustus 2013.
Uitkomst: De intrekking van de toeslag en de terugvordering van het onverschuldigd betaalde bedrag worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.