ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en verblijfstatus
Appellant ontving vanaf 2006 bijstand, maar verloor zijn recht op bijstand vanaf 17 maart 2008 vanwege het ontbreken van een geldige verblijfstitel. Het college schortte de bijstand op en trok deze in, waarna het de kosten van de bijstand terugvorderde. Appellant stelde dat hij niet verplicht was zijn verblijfsstatus te melden en dat terugvordering in strijd was met artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn kwetsbare positie.
De Raad oordeelt dat de verblijfsrechtelijke status essentieel is voor het recht op bijstand en dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden. Het beroep op het handboek SoZaWe en de Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen faalt omdat deze niet van toepassing zijn op zijn situatie. Ook is geen sprake van dringende redenen om van terugvordering af te zien.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Het college mocht de bijstand intrekken en de kosten terugvorderen. Er is geen strijd met artikel 8 EVRM Pro en geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.