ECLI:NL:CRVB:2015:524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- P.H. Banda
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante is uitgevallen voor haar werkzaamheden als schoonmaakster vanwege pijnklachten aan haar rechterarm en rechterschouder. Het UWV heeft vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestaat. Dit besluit is na bezwaar gehandhaafd en door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep betoogt appellante dat haar beperkingen ernstiger zijn dan door de verzekeringsartsen is vastgesteld en dat zij de functies die zij geacht wordt te kunnen vervullen niet aankan, mede vanwege taal- en opleidingsachterstanden. De Raad volgt echter de rechtbank in het oordeel dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen zijn dat de beperkingen zijn onderschat.
Voorts oordeelt de Raad dat appellante, mede gelet op haar succesvolle deelname aan een inburgeringsprogramma en haar werkervaring, voldoet aan de beperkte eisen die gesteld worden aan lezen en schrijven van de Nederlandse taal in de relevante functies. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante niet voldoende arbeidsongeschikt is.