ECLI:NL:CRVB:2015:538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen medische beperkingen
Appellant, bekend met rug- en psychische klachten, meldde zich in 2012 toegenomen arbeidsongeschikt omdat hij minder uren ging werken. Het UWV stelde echter vast dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen ten opzichte van de situatie in 2006, zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen waren toegenomen en ondersteunde dit met medische rapporten van artsen en psychiaters. De Raad oordeelde dat deze medische stukken onvoldoende bewijs leverden van een verslechtering in de relevante periode tussen 2007 en 2011.
De Raad volgde de verzekeringsartsen die concludeerden dat de beperkingen onveranderd waren en dat de vermindering van werkuren niet medisch noodzakelijk was in de bestreden periode. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering wegens ontbreken van toegenomen medische beperkingen.