ECLI:NL:CRVB:2015:566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door herhaald niet verschijnen op werk en gesprekken
Appellante was sinds 1990 werkzaam bij de gemeente en vervulde de functie Medewerker Grondgebied B. Na een kritisch gesprek op 6 december 2011 meldde zij zich ziek en weigerde zij deel te nemen aan vervolggesprekken en het werk te hervatten. De bedrijfsarts stelde op 9 december 2011 vast dat zij arbeidsgeschikt was, wat later door een UWV-deskundigenoordeel op 18 januari 2012 werd bevestigd.
Ondanks duidelijke uitnodigingen en waarschuwingen van het college om op gesprekken te verschijnen en het werk te hervatten, bleef appellante weg. Zij gaf medische redenen op, maar kon deze niet objectief onderbouwen met medische verklaringen. Het college stopzette daarom de betaling van haar bezoldiging en legde haar uiteindelijk onvoorwaardelijk ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door haar gezondheid niet kon verschijnen en dat het college onzorgvuldig had gehandeld bij het inschakelen van een mediator. De Raad oordeelde echter dat zij objectief niet arbeidsongeschikt was verklaard, dat het college voldoende zorgvuldigheid betrachtte en dat het gedrag van appellante plichtsverzuim vormde.
De opgelegde straf was niet disproportioneel gezien het herhaald en aanhoudend weigeren van redelijke opdrachten. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en het ontslagbesluit van het college.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag van appellante wegens ernstig plichtsverzuim.