ECLI:NL:CRVB:2015:567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functie-indeling juridisch medewerker VTH volgens HR21
Appellant, werkzaam als juridisch medewerker Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) bij de gemeente Peel en Maas, betwistte de indeling van zijn functie in de normfunctie medewerker ontwikkeling II (schaal 11) volgens het sectorale functiewaarderingssysteem HR21. Na fusie van gemeenten werd een nieuw functieboek ontwikkeld en functies indicatief gewaardeerd, waarna het college in 2012 het besluit nam tot definitieve indeling.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het college het bezwaar wegens gebrekkige motivering had moeten honoreren en kosten had moeten vergoeden. De Raad oordeelde dat het college de motiveringsgebreken mocht herstellen zonder het primaire besluit te herroepen, waardoor vergoeding van kosten niet aan de orde was.
De Raad onderschreef de terughoudende toetsing van de functie-indeling en vond dat het college voldoende had gemotiveerd waarom het advies van de commissie voor bezwaarschriften was genegeerd. De functie VTH werd terecht gekoppeld aan een samenhangend, niet-complex beleidsterrein met een juridische kerntaak, passend binnen de normfunctie medewerker ontwikkeling II.
Appellants bezwaren tegen het functiegebouw als zodanig en het vermelde werk- en denkniveau in de normfunctie werden eveneens verworpen. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de indeling van de functie juridisch medewerker VTH in normfunctie medewerker ontwikkeling II en wijst het hoger beroep af.