ECLI:NL:CRVB:2015:591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet verzekerde tijdvakken
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een AOW-pensioen met de stelling dat hij van 1969 tot 1997 in Nederland heeft gewoond en gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag aanvankelijk af wegens gebrek aan informatie. Na bezwaar werd een gedeeltelijk pensioen toegekend, waarbij appellant niet verzekerd werd geacht voor de periodes 1 juli 1961 tot 13 september 1987 en 1 oktober 1996 tot 30 juni 2011.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de Svb voldoende onderzoek had gedaan en appellant zijn stellingen over werken en wonen in de niet-verzekerde periodes niet met bewijs kon onderbouwen. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij lange periodes in Nederland had gewerkt, maar kon dit wederom niet aantonen met nieuwe stukken.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat appellant terecht niet verzekerd werd geacht in de genoemde tijdvakken. De Raad wees erop dat het Schakelregister-jaar 1983 niet als aanvangsjaar van verzekering kan worden beschouwd vanwege gebrek aan bewijs van verblijf of werk in Nederland vanaf dat jaar. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet verzekerd was in de betwiste perioden en de korting op het AOW-pensioen terecht is toegepast.