Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2015:592

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 februari 2015
Publicatiedatum
27 februari 2015
Zaaknummer
13-4193 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63b ANW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toelating vrijwillige ANW-verzekering wegens overschrijding aanmeldingstermijn

Appellant, die in Nederland woonde en in 2009 naar Marokko is geremigreerd, verzocht in 2012 om toelating tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Nabestaandenwet (ANW). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat de aanvraag niet binnen de wettelijke termijn van één jaar na beëindiging van de verplichte verzekering was ingediend.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat uit medische verklaringen niet bleek dat appellant ten tijde van de aanvraag buiten staat was om de aanvraag in te dienen. Appellant kon andere formulieren van de Svb wel retourneren.

In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat hij niet in staat was de aanvraag tijdig in te dienen. De Raad onderschreef echter de overwegingen van de rechtbank en oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.

De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de vrijwillige ANW-verzekering is afgewezen wegens overschrijding van de aanmeldingstermijn.

Uitspraak

13/4193 ANW
Datum uitspraak: 27 februari 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
8 juli 2013, 13/1073 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 januari 2015. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.M. Aalders.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellant, geboren [datum] 1952, heeft in Nederland gewoond en is op 30 juli 2009 naar Marokko geremigreerd.
1.2.
Bij brief van 9 september 2012 heeft appellant de Svb verzocht om hem toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Nabestaandenwet (ANW). Op deze aanvraag heeft de Svb bij besluit van 15 november 2012 afwijzend beslist op de aan artikel 63b van de ANW ontleende grond dat appellant zijn aanvraag niet heeft ingediend binnen één jaar na
31 juli 2009, de dag waarop de verplichte verzekering voor de ANW van appellant is geëindigd. Dit besluit is bij beslissing op bezwaar van 6 februari 2013 (bestreden besluit) gehandhaafd.
2. Het beroep van appellant tegen het bestreden besluit heeft de rechtbank bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat uit de door appellant overgelegde doktersverklaringen niet kan worden afgeleid dat appellant ten tijde van belang buiten staat was om een aanvraag bij de Svb in te dienen of te laten indienen. Aan appellant is slechts rust voorgeschreven. Ondanks dit voorschrift heeft appellant andere formulieren van de Svb wel kunnen retourneren.
3. In hoger beroep heeft appellant uitsluitend de stelling herhaald dat hij ten tijde van belang wel degelijk buiten staat was om een aanvraag bij de Svb in te dienen of te laten indienen.
4. De Raad oordeelt als volgt.
4.1.
Wat appellant ter onderbouwing van zijn hoger beroep heeft aangevoerd is ook al in beroep aangevoerd. De Raad onderschrijft de ter zake door de rechtbank gebezigde overwegingen en gegeven oordelen en maakt deze tot de zijne. Wat appellant naar voren heeft gebracht leidt niet tot de conclusie dat sprake is van zodanig bijzondere omstandigheden dat de overschrijding van de aanmeldingstermijn niet aan appellant zou mogen worden tegengeworpen.
4.2.
Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van M. Crum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2015.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) M. Crum

NK