ECLI:NL:CRVB:2015:595

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 februari 2015
Publicatiedatum
27 februari 2015
Zaaknummer
13-6190 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering toelating tot vrijwillige verzekering Algemene Nabestaandenwet wegens overschrijding aanmeldingstermijn

Appellante, woonachtig in Marokko en weduwe van een man die in 2010 overleed, werd door de Sociale verzekeringsbank geweigerd voor toelating tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Nabestaandenwet (ANW). Deze weigering was gebaseerd op het feit dat de aanmeldingstermijn, die liep tot 1 januari 2001, was overschreden.

Appellante voerde in hoger beroep aan dat noch zij noch haar echtgenoot op de hoogte waren van de wetswijziging per 1 januari 2000, die de aanmeldingstermijn stelde. Tevens stelde zij analfabeet te zijn en dat de Sociale verzekeringsbank haar echtgenoot niet actief had geïnformeerd over de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering.

De Raad oordeelde dat onbekendheid met de wet en het ontbreken van actieve informatieverstrekking door de Sociale verzekeringsbank geen bijzondere omstandigheden vormen die de overschrijding van de wettelijke aanmeldingstermijn verschoonbaar maken. Het lag primair op de weg van de echtgenoot om zijn verzekeringspositie te bewaken na remigratie.

Daarom werd de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd en de weigering gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot toelating tot de vrijwillige ANW-verzekering wegens overschrijding van de aanmeldingstermijn.

Uitspraak

13/6190 ANW
Datum uitspraak: 27 februari 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
16 oktober 2013, 13/1103 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. L. Kuiper, advocaat, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 januari 2015. Appellante is verschenen bij haar gemachtigde mr. Kuiper. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. N. Zuidersma.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellante is geboren op [datum] 1966 en woont in Marokko. [naam], geboren in 1928, heeft in Nederland gewoond en is met appellante gehuwd geweest. In 1997 is hij met behoud van een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) naar Marokko teruggekeerd. Daar is hij op 17 juli 2010 overleden.
1.2.
Bij besluit van 3 augustus 2012 heeft de Svb geweigerd [naam], of appellante namens hem, toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Nabestaandenwet (ANW). Dit besluit is bij beslissing op bezwaar van 24 januari 2013 (bestreden besluit) gehandhaafd.
2. Het beroep van appellante tegen het bestreden besluit heeft de rechtbank bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep is namens appellante herhaald dat de Svb haar echtgenoot niet actief heeft geïnformeerd over de wetswijziging per 1 januari 2000, op grond waarvan hij zich tot uiterlijk 1 januari 2001 aan had kunnen melden voor de vrijwillige verzekering voor de ANW. Ook anderszins waren appellante en haar echtgenoot ten tijde van belang niet op de hoogte van de wetswijziging per 1 januari 2000. Verder is appellante analfabeet.
4. De Raad oordeelt als volgt.
4.1.
Wat namens appellante naar voren is gebracht leidt niet tot de conclusie dat sprake is van zodanig bijzondere omstandigheden dat de overschrijding van de aanmeldingstermijn niet aan appellante tegengeworpen zou mogen worden. Volgens vaste rechtspraak leidt onbekendheid met de wet op zichzelf niet tot de conclusie dat sprake is van een zodanig bijzonder geval dat een overschrijding van een wettelijke aanmeldtermijn verschoonbaar is te achten. Niet van betekenis wordt geacht de stelling dat de Svb de echtgenoot van appellante niet actief heeft geïnformeerd over de mogelijkheid om een vrijwillige verzekering voor de ANW te sluiten. Zo deze stelling al juist is - de Svb heeft alle bij haar bekende uitkeringsgerechtigden geïnformeerd over de wetswijziging per 1 januari 2000 - lag het primair op de weg van de echtgenoot van appellante om na zijn remigratie zelf zijn verzekeringspositie in de gaten te houden en om zich desgewenst tijdig voor de vrijwillige verzekering voor de ANW aan te melden. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Raad van 3 augustus 2012 (ECLI:NL:CRVB:2012:BX3777). Dat appellante analfabeet is, doet aan het voorgaande niets af.
4.2.
Uit 4.1 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van M. Crum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2015.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) M. Crum

NK