Uitspraak
OVERWEGINGEN
8 augustus 2013 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn rapport van
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds 2004 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid na complicaties bij een bevalling. Het UWV trok deze uitkering in 2006 in, maar na bezwaar werd de intrekking met terugwerkende kracht vastgesteld. In 2011 meldde appellante verslechtering van haar gezondheid, waarna een verzekeringsarts haar opnieuw beoordeelde.
De verzekeringsarts concludeerde in 2012 dat appellante weliswaar beperkingen had, maar voldoende belastbaar was volgens de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), met beperkingen op deadlines en werktempo. Het UWV trok de uitkering opnieuw in per juli 2012 wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Appellante voerde in hoger beroep medische en arbeidskundige bezwaren aan, waaronder het ontbreken van lichamelijk onderzoek en onvoldoende rekening houden met beperkingen zoals staan.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts de bezwaren van appellante adequaat had beoordeeld. De aanvullende medische stukken gaven geen aanleiding om het oordeel over de belastbaarheid te herzien. Ook de arbeidsdeskundige had overtuigend onderbouwd dat appellante passend werk kon verrichten. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.