ECLI:NL:CRVB:2019:3921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing laattijdige Wajong-aanvraag wegens onvoldoende bewijs beperkingen op 18-jarige leeftijd
Betrokkene diende een laattijdige aanvraag in voor een Wajong-uitkering, gebaseerd op psychische beperkingen vastgesteld in 2015. Het UWV wees de aanvraag af, stellende dat zij wel beperkingen heeft maar arbeidsvermogen behoudt. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat er beperkingen waren op haar achttiende verjaardag en dat een arbeidskundige herbeoordeling had moeten plaatsvinden.
Het UWV stelde in hoger beroep dat de medische gegevens onvoldoende waren om beperkingen op achttienjarige leeftijd vast te stellen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde dat er geen concrete medische informatie was over de periode rond de achttiende verjaardag en dat eerdere diagnoses pas later waren gesteld. Betrokkene had een arbeidsverleden dat niet wijst op duurzaam ontbreken van arbeidsparticipatie.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht het standpunt innam dat betrokkene niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt op grond van de Wajong, omdat onvoldoende bewijs bestaat dat zij op haar achttiende verjaardag duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had. De eerdere uitspraken werden vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van beperkingen op haar achttiende verjaardag.