ECLI:NL:CRVB:2015:63
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-wonen in gemeente en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand sinds september 2010 en stond ingeschreven op een adres in de gemeente. Na een melding dat appellant feitelijk niet op dat adres woonde maar bij zijn ex-vrouw in Haarlem verbleef, voerde de sociale recherche een onderzoek uit. Dit onderzoek omvatte dossieronderzoek, waarnemingen, controle van verbruiksgegevens, bankafschriften en een huisbezoek.
Op basis van deze bevindingen trok het college de bijstand met ingang van 1 april 2012 in en beëindigde deze per 6 september 2012. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat zijn verklaring niet vrijelijk was afgelegd en dat hij geen gelegenheid had gehad juridische hulp in te schakelen.
De Raad verwierp deze bezwaren en stelde vast dat appellant sinds april 2012 niet meer woonde op het uitkeringsadres. De verklaring van appellant werd ondersteund door het onderzoek, waaronder het pingedrag en waarnemingen. Appellant had geen melding gemaakt van zijn gewijzigde woonplaats, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt. Het college was daarom bevoegd de bijstand in te trekken. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet meer in de gemeente woonde en dit niet meldde.