ECLI:NL:CRVB:2015:632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling buitenlandbijdrage Zvw voor WAO-uitkering in België
Appellant, woonachtig in België sinds 2006, ontving in de jaren 2008 tot en met 2011 een WAO-uitkering. Het Zorginstituut stelde op basis van artikel 69 van Pro de Zorgverzekeringswet (Zvw) de buitenlandbijdragen voor deze jaren vast. Appellant stelde bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde zijn beroepen ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat het terugstorten of doorstorten van bedragen door de Belastingdienst en het UWV, alsmede het inhouden van buitenlandbijdragen op zijn WAO-uitkering, een rol zouden moeten spelen bij de vaststelling van de buitenlandbijdragen. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden niet relevant zijn voor de vaststelling van de buitenlandbijdragen volgens artikel 69 Zvw Pro.
Voorts wees de Raad erop dat geschillen over belastingzaken niet tot haar bevoegdheid behoren, waardoor de door appellant aangevoerde belastingprocedures niet in aanmerking konden worden genomen. Gezien deze overwegingen werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 maart 2015.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en aangevallen uitspraken bevestigd.