ECLI:NL:CRVB:2015:670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als magazijnmedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens toegenomen psychische en lichamelijke klachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Na bezwaar en beroep, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige het medisch en arbeidskundig onderzoek uitvoerden, bleef de afwijzing gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 4 april 2011 voldoende tegemoet kwam aan de klachten van appellant. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen werden onderschat, met name vanwege ernstige psychische klachten en concentratieproblemen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant geen nieuwe informatie had overgelegd die twijfel kon zaaien over de medische beoordeling. Uitgaande van de juistheid van de FML zijn de geduide functies medisch geschikt voor appellant. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.