ECLI:NL:CRVB:2015:684
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering IVA-uitkering wegens ontbreken duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV dat hij recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering en niet op een IVA-uitkering, omdat zijn arbeidsongeschiktheid niet duurzaam zou zijn. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn pijn- en psychische klachten hem verhinderen te bewegen, waardoor het advies van de revalidatiearts niet is opgevolgd en de verzekeringsarts geen specifieke vragen stelde over de kans op verbetering.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat duurzaam arbeidsongeschikt zijn betekent dat men medisch stabiel of verslechterend is met een geringe kans op herstel. De Raad sluit zich aan bij de rechtbank dat appellant weliswaar volledig arbeidsongeschikt is, maar niet duurzaam. Het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep is zorgvuldig opgesteld en wordt ondersteund door medische brieven, waaronder die van de revalidatiearts die adviseert om meer te bewegen.
Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn klachten hem verhinderen meer te bewegen. Ook bij niet te genezen aandoeningen kunnen functionele mogelijkheden verbeteren door therapie en pijnbestrijding. Daarom slaagt het hoger beroep niet en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van een IVA-uitkering wordt bevestigd.