ECLI:NL:CRVB:2015:72
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht bij autotransacties
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een heronderzoek in 2011 bleek dat zij meerdere auto’s hadden gekocht en verkocht zonder dit te melden aan het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst. Hierdoor werd de bijstand met ingang van april 2009 ingetrokken en een bedrag van €37.074,82 teruggevorderd.
De rechtbank beperkte de intrekking en terugvordering tot specifieke maanden waarin autotransacties plaatsvonden, omdat appellanten niet konden aantonen dat zij in die maanden recht op bijstand hadden. Het college nam daarop een nieuw besluit waarin de bijstand over die maanden werd ingetrokken en een bedrag van €9.632,88 werd teruggevorderd.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij hun inlichtingenplicht wel waren nagekomen en dat de auto’s werden ingeruild zonder inkomsten te genereren. De Raad oordeelde echter dat appellanten geen concrete en verifieerbare gegevens hadden overgelegd die het recht op bijstand in de betreffende maanden konden aantonen. De vrijwaringsbewijzen en verklaringen boden onvoldoende inzicht in de opbrengsten van de transacties.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.