ECLI:NL:CRVB:2015:75
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet tijdig aanleveren gevraagde gegevens
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd verplicht een taaltraject te volgen. Hij verscheen zonder bericht niet bij het traject en leverde de gevraagde documenten niet tijdig aan, ondanks meerdere verzoeken en een hersteltermijn. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag besloot daarom de bijstand op te schorten en later in te trekken.
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking, maar dit werd ongegrond verklaard door het college en bevestigd door de rechtbank. In hoger beroep stelde appellant dat hij tijdens de bezwaarprocedure alsnog de gevraagde stukken had aangeleverd en dat hij aanspraak had op bijstand.
De Raad oordeelde dat gegevens die pas tijdens de bezwaarprocedure worden aangeleverd in principe niet meetellen bij de beoordeling van de intrekking, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat deze redelijkerwijs niet eerder konden worden verstrekt. Appellant slaagde hier niet in. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd omdat appellant de gevraagde gegevens niet tijdig heeft aangeleverd en hem dit kan worden verweten.