ECLI:NL:CRVB:2015:754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beperkingen en weigering Wajong-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige toetsing
Appellante, geboren in 1993, vroeg op 26 januari 2011 een Wajong-uitkering aan. Uit medisch en arbeidskundig onderzoek bleek dat haar beperkingen minder dan 25% arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde beperkingen vast, waaronder een beperking voor hoog handelingstempo, en concludeerde dat zij de geselecteerde functies kon vervullen met beperkte jobcoaching.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen werden onderschat, dat zij meer begeleiding nodig had en dat haar cognitieve beperkingen recentelijk duidelijker waren geworden. De Raad oordeelde dat de medische rapporten en verklaringen van jobcoaches onvoldoende aanleiding boden om de vastgestelde beperkingen te herzien. De Raad vond dat de functies binnen haar functionele mogelijkheden passen en dat de mate van begeleiding adequaat was vastgesteld.
De Raad verwierp de stellingen over onvoldoende beperkingen voor concentratie, geheugen en lezen, en bevestigde dat de toelichtingen op de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende inzicht en toetsbaarheid boden. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Maastricht werd bevestigd, en de weigering van de Wajong-uitkering gehandhaafd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd op 6 maart 2015 in het openbaar gedaan door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante de geselecteerde functies kan vervullen binnen haar functionele mogelijkheden.