ECLI:NL:CRVB:2015:77
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenplicht over verblijfplaats
Appellant vroeg op 16 november 2012 bijstand aan als dakloze en gaf aan geen vaste verblijfplaats te hebben. Hij vulde formulieren in waarin hij verklaarde tijdelijk in zijn auto te slapen en later bij zijn ouders te verblijven, zonder zich daar te willen inschrijven. De Dienst Werk en Inkomen (DWI) voerde een onderzoek uit en constateerde dat appellant niet stond ingeschreven op het opgegeven adres en dat de situatie ter plaatse niet overeenkwam met zijn verklaringen.
Het college wees de aanvraag af vanwege onvolledige en onjuiste informatie over de feitelijke verblijfplaats van appellant. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank niet alle gronden had meegewogen en dat hij weinig kleding bezat omdat hij zwervend was, en geen administratie had omdat die was weggegooid door zijn ex-echtgenote.
De Raad oordeelde dat hoewel de verklaringen van appellant over zijn kleding en sleutel aannemelijk waren, de gerechtvaardigde twijfel over zijn verblijfplaats door het onderzoek niet was weggenomen. Appellant had de inlichtingenverplichting geschonden door onjuiste en onvolledige opgave. Daarom was de afwijzing van de bijstand terecht en werd het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht afgewezen vanwege schending van de inlichtingenplicht over de feitelijke verblijfplaats.