ECLI:NL:CRVB:2015:776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen met beperkte terugwerkende kracht afgewezen
Appellante, geboren in 1935, vroeg herziening van haar AOW-pensioen vanwege onjuiste toepassing van kortingen en onjuiste voorlichting over overgangsvoordelen. De SVB had aanvankelijk een korting van 42% toegepast, later teruggebracht naar 26% na herziening voor de periode augustus 1997 tot september 1998. Appellante stelde dat zij ook recht had op verzekeringsjaren tussen 1965 en 1970 en dat er bijzondere omstandigheden waren voor een ruimere terugwerkende kracht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante onvoldoende alert was geweest en dat de niet-verzekerde periodes duidelijk waren vermeld. In hoger beroep werd het besluit van de SVB herzien om ook de periode 1965-1970 als verzekerd te erkennen, maar een verdere terugwerkende kracht dan vanaf augustus 2010 werd afgewezen.
De Raad oordeelde dat er geen sprake was van een bijzonder geval dat een ruimere terugwerkende kracht rechtvaardigt, ook niet vanwege onjuiste voorlichting of medische omstandigheden. Het beroep tegen het herzieningsbesluit werd daarom ongegrond verklaard. De SVB werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het herzieningsbesluit van 11 juni 2014 wordt ongegrond verklaard en een verdere terugwerkende kracht wordt afgewezen.