Uitspraak
.Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 5 april 2011 een aanvraag om bijstand in bij het Drechtstedenbestuur. Deze aanvraag werd bij besluit van 14 april 2011 afgewezen, waarbij het besluit op dezelfde dag aan appellant werd verzonden. Het bezwaar tegen dit besluit werd pas op 9 augustus 2012 ingediend, ruim na de wettelijke termijn.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en vernietigde het bestreden besluit. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat het besluit uiterlijk in september 2011 aan gemachtigde was verzonden en dat de bezwaartermijn vanaf dat moment liep. De stelling van appellant dat binnen zes weken na deze bekendmaking bezwaar was gemaakt, werd ter zitting niet onderbouwd met bewijs. Daarom werd aangenomen dat het bezwaar te laat was ingediend.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.