ECLI:NL:CRVB:2015:802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstand naar alleenstaande norm wegens woonsituatie zoon
Appellant ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar een onderzoek toonde aan dat zijn zoon sinds september 2010 vijf dagen per week in een internaat in België verbleef en slechts één dag in het weekend bij appellant. De moeder van de zoon ontving de kinderbijslag.
Het college heeft daarop de bijstand van appellant herzien naar de norm voor een alleenstaande en een verlaging van 10% opgelegd voor acht maanden. Tevens werd een terugvordering van teveel ontvangen bijstand ingesteld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij in het levensonderhoud van zijn zoon voorzag en de internaatkosten betaalde met kinderbijslag die aan de moeder werd uitbetaald. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde dat hij recht had op kinderbijslag of dat de internaatkosten daadwerkelijk door hem werden gedragen.
Verder werd vastgesteld dat appellant zijn inlichtingenverplichting schond door niet te melden dat zijn zoon slechts één dag per week bij hem verbleef, terwijl hij dit op formulieren ontkende. De Raad bevestigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank Limburg.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen alleenstaande ouder is en dat de bijstand terecht is herzien en verlaagd vanwege de woonsituatie van zijn zoon en schending van de inlichtingenverplichting.