ECLI:NL:CRVB:2015:808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandelingstelling aanvraag IOAZ wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellant diende op 25 maart 2013 een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). Het college verzocht appellant meerdere malen om aanvullende stukken, waaronder bankafschriften, jaarrekeningen en belastingaangiften, met een uiterste inleverdatum van 2 mei 2013. Toen appellant niet binnen deze termijn voldeed, stelde het college de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor de beoordeling en appellant onvoldoende had gereageerd op de verzoeken om aanvulling. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank zijn beroep onjuist had behandeld en dat zijn verzoek om behandeling door een andere rechtbank ten onrechte was afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid tot buiten behandelingstelling, aangezien appellant niet binnen de hersteltermijn had aangevuld. De Raad vond de gronden van appellant onvoldoende om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Ook het verzoek om behandeling door een andere rechtbank werd afgewezen, mede omdat appellant niet op de zitting was verschenen. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de buiten behandelingstelling van de aanvraag wordt bevestigd.