ECLI:NL:CRVB:2015:814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoud van kind buiten huishouden
Appellant, woonachtig in Marokko, vroeg kinderbijslag aan voor zijn kind dat sinds de geboorte bij de moeder woont. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde de kinderbijslag omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij het kind in belangrijke mate onderhoudt. Een onderzoek door de sociaal attaché bij de Nederlandse ambassade in Rabat toonde aan dat appellant onregelmatig een bedrag tussen 90 en 110 euro per maand aan de moeder stuurde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat hij het kind wel degelijk in belangrijke mate onderhoudt. De Raad oordeelt dat appellant niet heeft voldaan aan de bewijsvereisten: hij overlegt geen bewijs van geldstortingen en contante betalingen zijn onvoldoende controleerbaar.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en blijft de weigering van kinderbijslag voor de periode van het derde kwartaal 2010 tot en met het tweede kwartaal 2012 in stand. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van kinderbijslag wordt bevestigd.