ECLI:NL:CRVB:2015:841
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Intrekking Wajong-uitkering tijdens zwangerschap onvoldoende gemotiveerd
Appellante ontving een Wajong-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid na een verkeersongeval in 1998. Na diverse medische en arbeidskundige onderzoeken werd haar arbeidsongeschiktheid in 2011 herbeoordeeld en concludeerde het UWV dat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt was, waarop de uitkering per 12 maart 2012 werd ingetrokken.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zij vanwege psychische klachten en de noodzaak van begeleiding niet in staat was de geselecteerde functies uit te oefenen. Tijdens de zitting erkende het UWV dat de beoordelingsdatum vlak na haar bevalling ongelukkig was gekozen, gezien de snelle veranderingen in haar medische situatie rondom zwangerschap en bevalling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV niet deugdelijk had gemotiveerd waarom de uitkering kon worden ingetrokken op de gekozen datum en dat het besluit daarom niet voldeed aan de vereisten van artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad droeg het UWV op het gebrek te herstellen en zo nodig een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het gebrek in het besluit tot intrekking van de Wajong-uitkering te herstellen en zo nodig een nieuw besluit te nemen.