ECLI:NL:CRVB:2015:851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als interieurverzorgster, meldde zich ziek met klachten aan de rechter schouder en arm en een aanpassingsstoornis in remissie. Het UWV stelde bij besluit vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank Limburg bevestigde dit oordeel na een zorgvuldige toetsing van het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordeling, waarbij werd vastgesteld dat de geselecteerde functies medisch passend waren en appellante haar stelling over een grotere urenomvang niet onderbouwde.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten zonder nieuwe onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en bevestigde het besluit en de uitspraak, waarmee het hoger beroep werd afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.