Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;
- veroordeelt het dagelijks bestuur in de proceskosten van appellant tot een bedrag van
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en kreeg een maatregel opgelegd tot verlaging van zijn bijstand met 5% gedurende een maand vanwege het niet melden van een nabetaling van het UWV.
Het dagelijks bestuur stelde het vermogen van appellant opnieuw vast, maar dit werd niet als een zelfstandig besluit aangemerkt en het bezwaar daartegen werd niet-ontvankelijk verklaard. Appellant stelde beroep in tegen de maatregel en de vaststelling van het vermogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het dagelijks bestuur naliet te beslissen op het bezwaar tegen de vermogensvaststelling, waardoor een proceskostenvergoeding aan appellant werd toegekend.
De Raad bevestigde dat de maatregel terecht werd opgelegd omdat appellant zijn inlichtingenverplichting schond en dat de hoogte van de nabetaling slechts beperkte betekenis had. Ook werd bevestigd dat de hernieuwde vermogensvaststelling geen zelfstandig besluit is en dus niet ontvankelijk is voor bezwaar.
De Raad vernietigde het deel van de uitspraak waarin geen proceskostenvergoeding werd toegekend en veroordeelde het dagelijks bestuur tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 5% voor één maand wegens het niet melden van een nabetaling van het UWV wordt bevestigd en het bezwaar tegen de vermogensvaststelling is niet-ontvankelijk.