ECLI:NL:CRVB:2015:873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- E.C.R. Schut
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing arbeidsverplichtingen op grond van psychische belemmeringen WWB
Appellant ontvangt sinds 2008 bijstand op grond van de WWB en verzocht in 2011 om ontheffing van arbeidsverplichtingen vanwege zijn medische situatie. Het college verleende hem tijdelijk ontheffing op basis van een medisch rapport van Aob Compaz uit mei 2012, waarin werd vastgesteld dat appellant geen fysieke beperkingen heeft, maar wel psychische belemmeringen die praktische ondersteuning bij financiën vereisen.
Het college verlengde de ontheffing meerdere malen tot juli 2014 en wees een bezwaar van appellant tegen deze besluiten af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat het college de ontheffing mocht baseren op het medisch rapport en dat een zorgtraject geen re-integratievoorziening is.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college ten onrechte geen ontheffing voor vijf jaar had verleend, dat heronderzoek na een jaar niet had plaatsgevonden en dat hij geen hulp bij financiën kreeg. De Raad oordeelde dat het heronderzoek niet binnen het geschil valt, dat het college terecht op het rapport heeft geacteerd en dat het besluit geen impliciete afwijzing van ondersteuning bij arbeidsinschakeling bevat. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de ontheffing van arbeidsverplichtingen voor de duur van één jaar wordt bevestigd.