ECLI:NL:CRVB:2015:895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag hulp bij het huishouden wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante heeft op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een aanvraag gedaan voor hulp bij het huishouden vanwege bewegingsklachten, pijn en krachtverlies. Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem wees de aanvraag af omdat uit medisch advies bleek dat de beperkingen niet medisch objectief waren vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, omdat appellante onvoldoende medische gegevens overlegd had die het medisch advies konden weerleggen. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat er geen onderzoek was gedaan naar haar psychische klachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch advies zorgvuldig is opgesteld en dat appellante geen nieuwe medische stukken heeft overgelegd. De Raad stelt vast dat er geen aanwijzingen zijn voor een psychische aandoening die hulp bij het huishouden rechtvaardigt. Daarom bevestigt de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De aanvraag om hulp bij het huishouden wordt afgewezen omdat de beperkingen niet medisch zijn geobjectiveerd.