ECLI:NL:CRVB:2015:916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering schadevergoeding wegens gederfde neveninkomsten na onrechtmatig besluit politie
Appellant, werkzaam bij de politie, werd in 2011 gestraft met plaatsing in een lagere salarisschaal en ontheffing van zijn taken als hulpofficier van justitie. Dit besluit werd later door de rechtbank Breda vernietigd wegens onrechtmatigheid.
Appellant vorderde daarop vergoeding van diverse schadeposten, waaronder gederfde neveninkomsten uit zijn functie als examinator bij de Politieacademie en kosten van rechtsbijstand. De korpschef kende slechts een deel van de advocaatkosten, reiskosten en immateriële schade toe.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het schadevergoedingsbesluit ongegrond, omdat geen causaal verband bestond tussen de gederfde neveninkomsten en het onrechtmatige besluit. Ook wees zij een aanvullende vergoeding van proceskosten af, omdat deze reeds definitief waren afgehandeld in eerdere procedures.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de ontheffing van taken losstaat van het onrechtmatige besluit en dat de gederfde neveninkomsten niet toerekenbaar zijn aan dat besluit. Daarnaast is de vergoeding van proceskosten exclusief geregeld en kan niet via een zelfstandig schadebesluit worden uitgebreid.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de eerdere beslissing.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen; geen vergoeding voor gederfde neveninkomsten en geen aanvullende proceskostenvergoeding.