ECLI:NL:CRVB:2015:936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WIA-loonaanvullingsuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, die sinds 2004 vanwege psychische klachten arbeidsongeschikt is, ontving een WIA-uitkering. Het UWV stelde in 2012 na heronderzoek vast dat haar arbeidsongeschiktheid 59,47% bedraagt en handhaafde de hoogte van de loonaanvullingsuitkering. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard na aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de geselecteerde functies medisch passend zijn voor appellante. In hoger beroep betoogde appellante dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat zij volledig arbeidsongeschikt is, maar kon dit niet met nieuwe medische stukken onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het medisch onderzoek adequaat en zorgvuldig was, waarbij alle relevante medische informatie was betrokken. De Raad vond geen aanleiding om een deskundige te benoemen voor aanvullend onderzoek en bevestigde dat de geselecteerde functies passend zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WIA-loonaanvullingsuitkering blijft ongewijzigd.