ECLI:NL:CRVB:2016:1018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na psychiatrisch deskundigenonderzoek
Appellante meldde zich na zwangerschapsverlof ziek met concentratie-, energetische- en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde haar WIA-uitkering. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat zij het oordeel van een ingeschakelde psychiater volgde die stelde dat het UWV de beperkingen had onderschat.
Het UWV paste daarop de functionele mogelijkhedenlijst aan en concludeerde dat appellante met haar beperkingen voldoende functies kon vervullen. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep betoogde appellante dat het UWV onvoldoende rekening hield met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) en dat een tweede deskundige benoemd had moeten worden.
De Raad volgde de rechtbank en het UWV. De psychiater had een overtuigend en consistent rapport opgesteld en het verzoek om een tweede deskundige werd afgewezen omdat het CVS-onderzoek geen aanvullende medische inzichten zou opleveren. De Raad bevestigde dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat de WIA-uitkering terecht is geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.