ECLI:NL:CRVB:2016:1036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als verzorgster van een gehandicapt kind, vroeg een WIA-uitkering aan wegens psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zij per 2 december 2013 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was uitgevoerd, met uitgebreid dossieronderzoek en psychisch onderzoek. Er werden beperkingen vastgesteld voor hogere psychomentale belasting, concentratie, geheugen, conflicthantering en werktijden, maar geen aanwijzingen voor cognitieve stoornissen. Ook werd het standpunt van de medisch adviseur van appellante niet overtuigend geacht.
De Raad vond geen aanleiding om een onafhankelijk deskundige te benoemen. De functionele mogelijkhedenlijst en arbeidsdeskundige rapportages ondersteunden dat appellante medisch geschikt was voor de geschatte functies. De beslissing van het UWV werd daarom bevestigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.