ECLI:NL:CRVB:2016:1053

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 maart 2016
Publicatiedatum
24 maart 2016
Zaaknummer
15-3974 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 lid 7 AwbArt. 8:108 lid 1 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen uitspraak rechtbank Noord-Nederland ongegrond wegens termijnoverschrijding

De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 20 mei 2015. De Minister van Economische Zaken was appellant en een betrokkene was verzetvoerder. De Centrale Raad van Beroep heeft op 3 maart 2016 uitspraak gedaan over het verzet.

De Raad overwoog dat de gronden van het hoger beroep niet tijdig waren ingediend, wat betekent dat de appellant de wettelijke termijn heeft overschreden. Tijdens de zitting gaf de gemachtigde van appellant aan dat er sprake was van een vergissing bij de berekening van de termijn, maar dit werd niet als een verschoonbare omstandigheid aangemerkt.

De Raad concludeerde dat er geen andere omstandigheden waren die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de eerdere uitspraak van de rechtbank in stand.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard vanwege niet tijdig ingediende gronden van het hoger beroep.

Uitspraak

15/3947 AW
Datum uitspraak: 3 maart 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 20 mei 2015, 14/5083 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Minister van Economische Zaken (appellant)
[Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: C. Moustaïne
Ter zitting zijn verschenen: mr. F.P.M. Kousen, P. Valentein en J. Witteveen, gemachtigden van appellant; betrokkene, bijgestaan door mr. T.G.J. Horlings

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

De uitspraak van de Raad van 19 november 2015 berust op de overwegingen dat de gronden van het hoger beroep niet tijdig zijn ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat de gronden van het hoger beroep na het verstrijken van de termijn zijn ingediend.
Ter zitting heeft mr. Kousen verklaard dat hij zich heeft vergist bij de berekening van de laatste dag van de termijn. Dat is echter geen omstandigheid op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Ook overigens is van dergelijke omstandigheden niet gebleken.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) C. Moustaïne (getekend) T.G.M. Simons

HD