ECLI:NL:CRVB:2016:106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand en terugvordering voorschot wegens onvoldoende woonplaatsbewijs
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf op dat hij inwonend was bij zijn ouders op een bepaald adres. Het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort kende een renteloze lening toe als voorschot, maar stelde na onderzoek, waaronder een huisbezoek, vast dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde.
Het college wees de aanvraag af en vorderde het voorschot terug. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het college zonder nader onderzoek het voorschot ineens had teruggevorderd, maar deze grond werd als te laat ingebracht verworpen. Ook voerde appellant aan dat het huisbezoek nooit had plaatsgevonden, maar hiervoor was geen bewijs.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak terecht was en bevestigde deze. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. Het verschuldigde bedrag was inmiddels in twee termijnen betaald.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag en de terugvordering van het voorschot.