ECLI:NL:CRVB:2016:110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden
Appellant ontving bijstand sinds 2009 en kreeg ontheffing van sollicitatieplicht wegens psychische klachten. Het college ontdekte dat appellant als portier/beveiliger werkte zonder dit te melden, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 7 december 2013 tot 31 januari 2014.
De rechtbank vernietigde het besluit tot intrekking wegens motiveringsgebrek maar wees de terugvordering af. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de werkzaamheden als op geld waardeerbaar moeten worden aangemerkt, ook al werden ze als vrijwilligerswerk gepresenteerd. Appellant schond daarmee zijn inlichtingenplicht.
Verder oordeelde de Raad dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij aanvullende bijstand nodig had en dat zijn psychische klachten en schuldsanering geen dringende reden vormden om van terugvordering af te zien. De Raad bevestigde daarom beide aangevallen uitspraken.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd wegens niet gemelde op geld waardeerbare werkzaamheden.