ECLI:NL:CRVB:2016:1100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beslissing over nabetaling bijstand en wettelijke rente
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de nabetaling van bijstand over de periode van 1 augustus 2009 tot en met 31 oktober 2009. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht had vastgesteld dat het juiste bedrag aan bijstand was uitbetaald, inclusief de wettelijke rente. De rechtbank had het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de vakantietoeslag niet was uitbetaald. Zij ondersteunde dit met eigen berekeningen. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat de rechtbank gemotiveerd en zorgvuldig had vastgesteld dat het college het bedrag van € 2.136,87 plus wettelijke rente van € 354,60 daadwerkelijk had overgemaakt op de bankrekening van appellante. Dit blijkt uit internetbankafschriften die door appellante zelf waren overgelegd.
De Raad stelde vast dat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd die de eerdere gemotiveerde uitspraak van de rechtbank konden weerleggen. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat geen aanvullende nabetaling verschuldigd is.